Van harem tot HollywoodSjamanen uit Centraal AziëBarsten in het wolkendek filteren het licht van de volle maan. Hierdoor krijgen de schimmige figuren iets spookachtigs, wanneer het vale schijnsel hun gezichten streelt. Enkelen leunen tegen een alleenstaande berkeboom. Zo te zien zijn het jagers, allen nog vrij jong. Af en toe snijden ze een lap van een stuk half gedroogd rendiervlees, dat ze van hand tot hand doorgeven. Dichter bij het vuur, comfortabel gehurkt, zitten de oudere mannen en vrouwen van de clan. Kinderen maken zich nuttig door geregeld wat natte takken op het vuur te werpen. De vlammen doen hun best om de kille Siberische nacht te verwarmen. Een struis gebouwde vrouw, met een lang kleed en een eigenaardig hoofddeksel, veert plotseling recht. Terwijl ze haar ingevette haren in het rond zwiept, dreunt ze met een kleine knuppel op haar mooi beschilderde sjamanentrommel. Het is een eenvoudige trommel, niet meer dan een houten cirkelvormig raamwerk, bespannen met rendierhuid. Eventjes ruik je haar zweterige bewegingen, maar in de bries die door de taïga jaagt is het de zompige dennengeur die overheerst. De wind voert de trommelslagen mee door de nacht, die zwak weerkaatsen tegen de desolate heuvels. De flarden van echo's brengen de sjamaan meer en meer in extase. Was het daarom dat ze haar stamgenoten vroeg om hier hun kamp op te slaan?
Versierd met lange slierten leer, gekleurde kwastjes, koperen medaillons en belletjes, steekt haar kledij af tegen de primitieve maar warme lompen van haar stamgenoten. Net als hen heeft ze Mongoolse trekken. Ze behoren tot de Siberische stam van de Toengoezen. Naarmate de tijd verstrijkt, versnelt haar eentonige ritme, synchroon met het bonzen van haar hart. Soms blijft ze stilstaan, alsof een hogere macht haar tegenhoudt. Haar lichaam trilt, eerst langzaam, dan alsmaar sneller. De lucht is geladen, ook met het geluid van de belletjes aan haar kleed, die haar dans hoorbaar maken. De hele stam wacht met ingehouden adem op het magisch moment, waarop ze de band met de tijd doorbreekt. Op een gegeven moment raakt de vrouw geheel buiten zichzelf, en proeft ze het contact met hogere elementen. Nu vertegenwoordigt ze de clangeest, en vraagt ze de bovenmenselijke krachten om inspiratie en kennis, bescherming en een goede jacht. Haar volk vertrouwt op haar spirituele gave. Ze hopen dat hun gebeden aanvaard en verhoord worden. Hun wensen zijn beperkt, want hun noden zijn eenvoudig: sukses bij de rendierjacht, voldoende bessen als aanvulling op hun diëet, en een goede gezondheid. De bemiddeling van de sjamaan stemt de Geesten gunstig. De extase van de sjamaan springt over op de toeschouwers van het spektakel, en laat hen na afloop van het ritueel achter met een gevoel van gelukzaligheid. Het ritueel heeft zijn diensten weer eens bewezen, zoals het altijd is geweest. Verre verwanten van de Toengoezen, de Turken, zijn in verschillende golven van Centraal-Azië naar de barre hoogvlakten van Anatolië gemigreerd. Vandaar dat sommige Turken Mongoolse trekken hebben. Tot in China worden aan het Turks verwante talen gesproken, terwijl Turkse muziek gekruid is met Centraalaziatische invloeden. Het Turkse woord voor 'dans', oyun, betekent 'sjamanistisch ritueel' in Oost-Toerkmenistan, en 'muziek en dans' in Centraal-Azië. Als je in Turkije een cassette vindt met buikdansmuziek, dan zal op het doosje wellicht 'oyun' vermeld staan. In dit verband wil het woord zeggen: buikdans van de zigeuners. De sjamaan (ook het woord zelf is afkomstig van de Toengoezen) is een medium dat contact legt tussen goden en mensen, tussen hemel en aarde. Elementen van sjamanistische rituelen vinden we terug in Turkse volksdansen en derwisj-ceremonies. Ook de Turkse buikdans, met zijn wilde ritme en primitieve bewegingen, heeft zijn oorsprong in de magische handelingen van de sjamaan. De verspreiding van de Turkse muziek en dans heeft alles te maken met de opeenvolgende militaire overwinningen van het Turkse Rijk. Eerst veroveren en koloniseren de Turken heel Klein-Azië, tot voorbij de Bosporus. Na de moeizame verovering van Constantinopel, hoofdstad én cultuurcentrum van het Byzantijnse Rijk, bezetten ze grote delen van oostelijk Europa. Pas voor de poorten van Wenen weet Europa de Turkse expansiedrang te stuiten. Hoedanook, dankzij het hoogstaand peil van de Turkse cultuur is aan deze veroveringen ook een positief aspect verbonden. Turken zijn immers altijd geneigd om elementen uit verschillende Aziatische en Europese culturen te assimileren, en met name uit de oude Helleense, Byzantijnse en Perzische culturen. Langzaam maar zeker sluipen dus ook Arabische elementen in de muziek en dans van Hongarije, Roemenië, Bulgarije, Albanië en het voormalig Joegoslavië. Vooral in Bulgarije vind je naast buikdansbewegingen heel wat Arabische ritmes terug, zoals de typische oneven maatsoorten in de Balkanmuziek. Hoe vreemd het ook klinkt, de primitieve ritmes en danspassen van de sjamanen zijn meer verwant aan house-muziek dan aan Turkse volksmuziek met zijn vrij complexe ritmes. Een discotheek op zaterdagavond doet sterk denken aan sjamanistische rituelen. Een groot deel van de bezoekers staat rondom de dansvloer te staren naar de jongens en meisjes die zich uitleven op de keiharde beat. Sommigen leunen tegen een paal of een muur, een biertje in de hand, terwijl ze een beetje wezenloos de monotone muziek ondergaan. Die is even simpel als de muziek van sjamanen: een dreunend ritme primeert, zo eentonig als de hartslag. Stilaan komt de dansvloer in lichterlaaie te staan: kleurige spots flitsen aan en uit, mensen dansen de ziel uit hun lijf. De DJ (niet toevallig wordt hij ook wel eens MC of Master of Ceremony genoemd) werkt de wriemelende dansvloer naar een hoogtepunt toe. Top |