Arabische dans en muziek (Winkles 1851)

Van harem tot Hollywood

 Magische rituelen

De trommels en de zang klinken steeds luider naarmate we het lemen gebouw aan de rand van de woestijn naderen. Er zitten geen ramen in, maar op een meter boven mijn hoofd zijn enkele vierkanten gaten van waaruit het geluid komt. Hamdi klopt luidruchtig op de half verweerde deur. Na lang wachten morrelt iemand aan de klink. Een vrouw doet open, en wisselt in een Arabisch dialect enkele woorden met Hamdi, mijn gids. Aarzelend wenkt ze ons binnen te komen. Ik stoot mijn hoofd tegen de deuropening en onderdruk een vloek. Ik zie geen steek voor mijn ogen; er is niet de minste verlichting, en het contrast met de felle woestijnzon is groot. We gaan de aanpalende ruimte binnen, en vleien ons neer op het tapijt, bij de mensen die er al zitten. Ooit waren de muren geverfd, maar de tijd heeft alles vervaagd. Enkel het houten, sleutelgatvormige deurportaal, met zijn sierlijk ingesneden arabesken, weet de eentonigheid te breken. Behalve tapijten op de grond, is het enige voorwerp in de kamer een koperen emmer, vol met gloeiende houtskool. Een meisje houdt er haar trommel boven, om het vel op temperatuur te brengen. Als ze tevreden is over de klank, gaat ze bij de andere muzikanten zitten.

Onopvallend observeer ik de rest van de aanwezigen. Donkere vrouwen, de meesten niet gesluierd, slaan op handtrommels deff en tar, handtrommels van verschillende afmetingen. Sommigen spelen een identiek patroon, anderen weven daar een tegenritme doorheen. De intrigerende structuur van ritmes door elkaar zweept de atmosfeer op. Het tempo versnelt langzaam, de muziek mondt uit in een duivelse climax. De vrouwen, die tegen de okerkleurige muur zitten, klappen in hun handen en zingen een Afrikaans aandoende melodie, als vraag en antwoord.

Behalve mijn vriend Hamdi en mezelf zijn er nauwelijks mannen, enkel Hamdi's vader en broer nog. Ik voel een sterke band van samenhorigheid. Ik weet niet waaraan ik de eer heb te danken, hierbij aanwezig te mogen zijn. Een zwarte bediende schenkt verse geurige muntthee, die mijn keel bijna verbrandt. Het gezelschap schiet in een bulderende lach: het ijs is gebroken. Ik krijg de indruk opgenomen te zijn in Hamdi's familie. Ontspannen in mijn katoenen kaftan drink ik voorzichtig slurpend mijn thee, genietend van de mierzoete smaak.

Het is even na de middag, de zon schijnt door het open dak en werpt een diffuus licht in de stoffige ruimte. 'Ya salaam,' roept Hamdi's broer opeens. Uit de kring van vrouwen is een meisje opgestaan. Ze is klein, eerder mager en heeft bijna geen borsten. Haar lichtbruine tint verraadt net als haar gelaatstrekken dat er Afrikaans en Kaukasisch bloed door haar aderen stroomt. Haar uitstraling doet haar groter lijken dan ze in werkelijkheid is. Achteloos werpt ze haar hoofddoek af, om hem op haar schouders te laten rusten.
Als in trance zwiept het danseresje haar lange pikzwarte haren heen en weer. In haar handen houdt ze een blauwe katoenen sjaal, die sensueel door haar vingers glijdt. Haar prachtige donkerzwarte, amandelvormige ogen houdt ze naar de grond gericht. Heftig zwiert ze haar lange krullen zijdelings heen en weer, terwijl ze met het hoofd achtvormige bewegingen maakt. Onophoudelijk wiegt ze haar bovenlichaam. Haar voeten, knobbelig van het dansen, tekenen mystieke danspassen op het tapijt. Op één voet maakt ze een draai om haar as, dan weer één, eerst langzaam maar daarna alsmaar sneller op het ritme van de dreunende muziek. Op een teken van een van de muzikanten stopt de muziek ogenblikkelijk. Het tengere danseresje valt uitgeput neer.
Mijn Arabische vriend legt uit dat ik zojuist de Dans van de Djinns heb gezien. Bedoeling van dit ritueel is het bezweren van de geesten, de djinns. Dat zijn volgens de Arabische overlevering onzichtbare wezens die ouder kunnen worden dan de mens, en goed of slecht kunnen zijn. Slechte djinns kunnen wonen in rivieren, bronnen, baden of zelfs in het toilet, zodat je ziek kan worden door te baden of te drinken. Djinns zijn elk verantwoordelijk voor verschillende ziekten, zoals hoofdpijn, onvruchtbaarheid en kortademigheid, maar ook voor psychosomatische klachten als depressie en neurosen. In het Arabische denken is een zieke per definitie iemand van wie een djinn bezit heeft genomen. Om te genezen kan men die weer uitdrijven met een welbepaald ritueel. Voor een paar dagen huurt de familie een danseres en enkele muzikanten, bijna altijd vrouwen. Het ritueel is ouder dan de islam, maar de gebruikte teksten zijn afkomstig uit de koran. Die worden gezongen, voorgelezen, of op een talisman om de hals van de patiënt gehangen.

then dancing girls of Gadez (Cadiz)

Op oud-Egyptische reliëfs kan je vergelijkbare rituelen terugvinden. Toch zou de zar, zoals de Egyptische benaming luidt, eerder van West-Afrika afkomstig zijn. De afgebeelde slaginstrumenten en ritmepatronen schijnen daar inderdaad op te wijzen. Ook klinken de gezongen melodielijnen meer Afrikaans dan Arabisch. De oorsprong zou liggen in de Bori-cultus van de Hausa uit Nigeria. Deze sjamanistische traditie heeft zich via Niger verspreid over heel Noord-Afrika, en met name vooral in Tunesië, Libië, Algerije en Egypte.

Het zijn bijna altijd gescheiden of kinderloos gebleven vrouwen, die voor de nodige dans en muziek instaan. Met het respectabele beroep van sjamaan streven zij een status na die zij anders zouden ontberen. De vrouw die ik heb zien dansen was voor in de dertig. Twee huwelijken waren spaakgelopen vooraleer ze, geholpen door haar vriendin, haar gave ontdekte en een nieuwe carrière als sjamane begon uit te bouwen. Met succes: na enkele goed geslaagde zar-rituelen is haar reputatie veiliggesteld.

Ook de patiënt van een sjamaan is meestal een vrouw. Vooraleer ze beroep doet op een zar, heeft ze zich meestal laten onderzoeken door een arts. Pas wanneer de moderne geneeskunde faalt, meent ze dat ze bezeten is door een djinn en vraagt ze een sjamaan om hulp. Die gaat na welke djinn de boosdoener is, en schrijft vervolgens een bepaald ritueel voor. Elke djinn heeft immers zijn eigen ritme. Als dat tijdens een zar wordt gespeeld, neemt de desbetreffende djinn bezit van de sjamaan, waarop zij terstond begint te dansen. Het bovenlichaam beweegt onophoudelijk, waardoor de ademhaling verandert. Dit beïnvloedt het centrale zenuwstelsel en daarmee ook de hersenactiviteit, wat de sjamaan in een staat van trance brengt. De aanwezigen geloven dat zij op dat moment contact heeft met de dzinn.

Zar is eigenlijk een vorm van psycho-therapie; de kans op genezing bij psycho-somatische klachten is merkwaardig groot. Net als een westerse psychiatrische behandeling moet het ritueel wel meermaals worden herhaald. Hierdoor lopen de kosten vaak hoog op, wat niet altijd in goede aarde valt. Een Egyptisch gezegde luidt dan ook: 'Wie eenmaal met zar te doen krijgt, geraakt er niet meer van los.'

In het zar-ritueel liggen de wortels van de buikdanstraditie. Ayoub, in Egypte ook bekend als zar, is een vast onderdeel van elke buikdansvoorstelling. Het ritme kondigt het einde aan van de muziek, waarbij het tempo alsmaar versnelt. De danseres beweegt steeds heftiger, om naar een trance-achtige climax toe te werken. Ook in chalizj, de muziek en dans rondom de Perzische Golf, vinden we sporen terug van pre-islamitische trance-rituelen. De authentieke chalizj-muziek is verwant aan ayoub. Zware percussie begeleidt de danseres, die met haar lange, onbedekte haren wild in het rond zwaait. Het zijn enkele voorbeelden van overgebleven sjamanistische rituelen, die hun oorspronkelijke bedoeling grotendeels verloren zijn. Heeft ayoub iets te maken met de bijbelse Job? Ayoub is arabisch voor Job, de dienaar Gods. In het verhaal Job komt er een lange rede in verzen met een soort vraag en antwoord patroon, nog steeds gebruikelijk in arabische en afrikaanse muziek. Zong Job op de wijze waarop nog steeds de koranverzen voorgedragen worden? Best mogelijk. Job krijgt allerlei beproevingen en ziektes op verzoek van Satan...

Top