Van harem tot Hollywood

Salomé en de dans met de zeven sluiers

Een paar jaar geleden was er op televisie een programma over Amerikaanse vrouwen die regelmatig bij mekaar kwamen om de verering van de moedergodin te vieren. Door het uitvoeren van oeroude rituelen in tamelijk eigentijdse versies leerden ze hun eigen lichaamsvormen mooi te vinden, en daarmee zichzelf te aanvaarden zoals ze zijn. Dat is vandaag de dag jammer genoeg niet meer vanzelfsprekend, vooral door de overvloed aan reclame die vrouwen dagelijks bestookt met een voorgekauwd schoonheidsideaal.
Translate in

Deze ontwikkeling heeft wellicht heel wat vrouwen onzeker gemaakt over zichzelf, maar heeft anderzijds aanleiding gegeven tot een groeiende belangstelling voor de moedergodin, in de Verenigde Staten zowel als in Europa. Van de rituelen die hiermee gepaard gaan maken buikdansbewegingen een vast onderdeel uit.

dancer-tepidarium (19K)

Het vrouwelijke schoonheidsideaal, zoals dat tegenwoordig in het westen bestaat, is niet van alle tijden. Wie bijvoorbeeld sommige Griekse beelden vergelijkt met de vrouwen die Rubens schilderde, beseft hoe relatief dit ideaal is. Pygmeeën hebben aan onze westerse schoonheidsnormen allicht geen boodschap. Vanuit deze vaststelling willen de vrouwen die oriëntaalse buikdans beoefenen eerder hun innerlijke schoonheid en kracht vergroten. Opvallend is dat deze vrouwen tijdens hun samenkomsten alleen voor zichzelf en elkaar dansen. Mannen moeten onverbiddelijk uit de buurt blijven. Hiermee sluiten zij aan bij Arabische en Afrikaanse tradities. Ongestoord zichzelf zijn, niet uitgekleed door mannelijke blikken, maar in verbondenheid en solidariteit, dat is essentieel in deze vrouwelijke dans. Vrouwen (her)ontdekken en beleven hun eigen erotiek, en leren trots te zijn over hun eigen lichaam.

Dood en geboorte zijn in de natuur altijd met elkaar verbonden geweest. Centraal in die mystieke kringloop staat de vrouw. Door haar wordt elk levend wezen geboren, alsof ze een goddelijke scheppingskracht zou dragen. Zij verzekert het nageslacht, en daarmee ook het voortbestaan van de stam. Vandaar dat in haast alle culturen -en tegenwoordig opnieuw ook in het westen- zoveel belang wordt gehecht aan vruchtbaarheidsrituelen.

In de ruïnes van Çatal Hüyük, meer dan 8000 jaar geleden een stad in Anatolië (Turkije), hebben archeologen verschillende beeldjes opgegraven van de moedergodin. De vondsten tonen aan dat zij de belangrijkste godheid was in die tijd. Archeologie leert ons dat de verering van de Moedergodin algemeen was bij alle volkeren rondom de Middellandse Zee, in het Midden-Oosten én Europa, al worden dergelijke vruchtbaarheidsbeeldjes, vaak 70.000 jaar oud, over de hele wereld opgegraven. Niet toevallig zijn de oudste vondsten van artistieke menselijke creativiteit precies de beroemde, uit terracotta geboetseerde beeldjes van dansende vrouwen met ronde borsten en brede heupen.

De Moedergodin draagt verschillende namen, en geeft overal aanleiding tot uiteenlopende mythen. Soemeriërs uit Mesopotamië kennen net als de Babyloniërs het verhaal van Inanna, respectievelijk Isjtar, die vóór de winter afdaalt naar de onderwereld. Haar terugkeer op aarde in de lente gaat natuurlijk met grote feesten gepaard. Een Mesopotamisch gedicht luidt als volgt:

Bij de eerste poort gaf zij haar kroon af aan de wachter, bij de tweede haar oorbellen, bij de derde haar halssnoer [...] en bij de laatste haar kleed. Tijdens haar verblijf in de onderwereld hield alle geslachtsverkeer op.

Het Mesopotamisch gedicht vertelt meer over het ritueel dat nauw verbonden is met de intrede van de herfst, wanneer de planten hun bladeren verliezen en het gewas verdwijnt. Voor een Babyloniër is het hiernamaals niet iets waar hij naar uitkijkt, maar eerder een troosteloos gebied waar voor niemand wat goeds is te vinden.

Salome Edward Armitage

Isjtar vertegenwoordigt bij de Babylonieërs en de Assyriërs zowel vruchtbaarheid en geboorte als dood en vergankelijkheid. In het oude Babel neemt de prachtig versierde poort van Isjtar een centrale plaats in. Op die plaats houdt de bevolking elk jaar feesten ter harer ere, met enorme processies, te oordelen aan de ligging en de grootte van het bouwwerk. De Moedergodin is vaak nauw verwant aan muziek. Volgens een Soemerisch gedicht staat Inanna aan de wieg van geluid en ritme. Het is dan ook ondenkbaar dat er een feest zou plaatsvinden ter ere van de Moedergodin, zonder dat er muzikanten en danseressen aan te pas komen.

Wanneer Babylon zijn invloed als geestelijke metropool verliest, en de polytheïstische religie moet wijken voor het judaïsme, moet de moedergodin Isjtar of Astarte plaats ruimen voor de joodse Esther. In het Oude Testament staat het verhaal beschreven hoe deze vrouw het joodse volk van de ondergang redt. Esther behoorde tot de harem van koning Ahasverus (Xerxes), heerser over het rijk van Meden en Perzen, dat zich uitstrekte van Ethiopië tot India. Joden herdenken de redding van hun volk door Esther met het Poerimfeest, dat elk jaar plaatsvindt in de periode februari-maart, niet toevallig op het moment dat de lente zijn intrede doet. Met dit feest slaan droefheid en somberheid om in vreugde, blijdschap en licht. Merk de overeenkomst tussen het Poerimfeest en de lenteviering van de Astarte-cultus. Is het boek Esther een getransformeerde versie van de Isjtar-mythe?

De dans met de zeven sluiers

De mysterieuze dans met de zeven sluiers wordt merkwaardig genoeg toegeschreven aan de bijbelse figuur Salomé. De dans komt wel voor in de Bijbel, maar niet met Salomé, dan wel met de dochter van Herodias in de hoofdrol. Salomé wordt alleen vermeld als een van de vrouwen die Jezus vergezelden en dienden, en hem na zijn dood met specerijen inwreven.

De eerste die ooit de 'Dans met de zeven sluiers' heeft afgebeeld, is Gustave Moreau. Deze Franse kunstschilder is zonder overdrijven geobsedeerd door de figuur van Salomé: hij maakte niet minder dan een honderdtal portretten van haar. Maar ook choreografen herontdekken de dans met de zeven sluiers. Ophefmakende voorstellingen doen zalen vol- én leeglopen. Maar als de Amerikaanse artieste Loie Fuller in 1895 een puriteinse interpretatie brengt van de dans van Salomé, blijkt de voorkeur van het publiek toch uit te gaan naar de meer pikante versie!

De Duitse componist Richard Strauss schrijft in 1905 de opera Salomé. Enkele jaren voordien had hij in een Berlijns theater een opvoering gezien van het gelijknamige stuk van Oscar Wilde. Na afloop van de voorstelling had een vriend van Strauss hem gesuggereerd het thema te gebruiken voor een opera. De componist liet er geen gras over groeien, en begon meteen te schrijven. Bij de première van opera laat de Duitse keizer Willem II zich ontvallen dat 'dit werk zeer in het nadeel zal zijn voor de carrière van mijnheer Strauss'. Waarop de componist gevat repliceerde: 'Met dit nadeel heb ik een niet onaardige villa kunnen neerzetten, geachte Heer Keizer!'

Richard Strauss heeft gelijk: de opera wordt een commerciële voltreffer. In een latere uitvoering zal de uitvoering van de 'dans met de zeven sluiers' het hoogtepunt vormen. De opera waait in 1907 de Oceaan over, zij het niet met hetzelfde succes als in Europa. Na een opvoering van Salomé door de Metropolitan Opera, laat een woedende menigte Amerikanen de zaak sluiten wegens de weinig bijbelse uitvoering van de striptease-achtige act van de zeven sluiers. Ondertussen is in Europa de controverse rond de dans geluwd, en weet Maude Allan veel sukses te vergaren met haar klassieker de 'Dance of Salomé'. Haar frivole kostuum, voorzien van de nodige sluiers en rijkelijk met parels bezet, laat niet al te veel aan de verbeelding over. Mettertijd slaagt Noord-Amerika erin zich aan te passen aan de moderne tijd, want niet zoveel later zal Hollywood zich nog sterk laten inspireren door dit soort van oosters exotisme.

Top

Meer prenten over SALOME (engelstalig)