Van harem tot Hollywood

9. De Zijderoute

Het belang van de zijderoute als belangrijkste cultureel uitwisselingskanaal tussen Oost en West mag niet onderschat worden. Veel elementen uit de oriëntaalse dans zijn schatplichtig aan deze cultuur slagader. De bewegingen van handen en armen zijn langs die weg tot in het Midden-Oosten geraakt. Aangezien men langs de handelroute die als zijderoute bekend werd voornamelijk luxe goederen verhandelde, kwamen de karavanen in de eerste plaats in contact met de hoven van de edelen en rijke burgers (ook veelal handelaars). Het was precies aan die hoven dat er uiteraard feesten werden gehouden. Niet in het minst om de behouden aankomst van de karavaan te vieren. Wat in die tijd niet altijd evident was. Handelaars brachten occasioneel instrumenten én artiesten mee die een soort wereldtoernee "avant la lettre" ondernamen.

Handel tussen Azië enerzijds en Europa en de Arabische wereld anderzijds is niet nieuw. Langs de Karavaanweg, later bekend als de Zijderoute, vinden Arabische wierookhars en parfum hun weg naar Centraal-Azië en China. Kooplui vervoeren oosterse specerijen, porcelein en vooral zijde langs deze weg naar het westen. Het zijn vooral Arabieren die drukke handelsbetrekkingen onderhouden. Zij zijn het immers gewoon te reizen door verschroeiende woestijnen, en laten zich niet makkelijk afschrikken door de gevaren onderweg, zoals roversbenden en ravijnen. De karavaan trotseert verstikkende zandstormen en barre koude, grimmige bergketens en desolate woestijnen, vooraleer ze haar bestemming bereikt.

Rustgevende oases, zoals die van Oeroemtsji en Tasjkent, bieden dan ook een welkome verpozing, net als de oevers van de Amoe Darjarivier. In de steden Samarkand en Boechara, knooppunten op de Zijderoute, kan de handelsreiziger waren van de hand doen, voorraden inslaan en nieuwe koopwaar aanschaffen. Hier vindt hij wat hij maandenlang heeft moeten ontberen. Wat comfort en verfrissing helpen hem weer op krachten te komen, en een beetje ontspanning moet zijn harde bestaan verzachten. Nu en dan kan hij deelnemen aan feesten, zoals de globetrotter Hazim Al Khamis in Chinees Toerkestan optekende in zijn dagboek. Dit gebied is tot in de twaalfde eeuw gekend als de draaischijf van de betrekkingen tussen China en het westen.
Een bebaarde grijsaard trommelt een hypnotiserend ritme op de dap [een soort van lijsttrommel] in zijn linkerhand. Met zijn vlakke rechterhand slaat hij beurtelings op de rand en in het midden van het slangevel. Doem ti-doem tek, doem ti-doem tek. Zijn collega met een hangsnor accentueert het ritme op een barraban [een grote tamboerijn]. Ondertussen brengt hij de toeschouwers aan het lachen met zijn humoristische mimiek. Een andere muzikant bespeelt een vreemdsoortig maar mooi versierd snaarinstrument. Ze dragen een vierkantig hoofddeksel, een geborduurde platte muts. In een taal die mij aan het Turks doet denken, zingen zij liederen uit hun eeuwenoud repertorium, dat al vele generaties meegaat. De toeschouwers zitten in een kring op het stoffige binnenplein, muzikanten en gasten vooraan, in de schaduw van een karragatsj [Aziatische boomsoort]. In het midden schrijven drie danseressen met sierlijke handbewegingen de melodie in de ijle berglucht. Kohl, een soort van make-up aan de ogen, accentueert hun Mongoolse trekken. Lange zwarte vlechten, teken dat ze nog ongehuwd zijn, reiken tot aan hun heupen. Langzaam draaien ze rond hun as, hun armen naar de hemel gebogen. Hun geborduurde kledij is versierd met turkoois en zilveren broches. Eén van hen draagt een glanzende gele kaftan [lang kleed] en een purperen sjaal, die ze rond haar heupen heeft gedrapeerd. Haar goudgele huid is donkerder dan die van de andere danseresjes; blijkbaar behoort ze niet tot dezelfde stam. Haar gracieuze vingers maken sierlijke arabesken, waardoor de melodie van de rewap [luit] tot leven komt. Even later markeert ze met een stel houten kleppers een tweede dans. De uitdrukking die Samara - zoals ze blijkt te heten - in haar ogen legt, breekt menig hart van de aanwezigen. Onder de toeschouwers zitten Kirgiezen, Oezbeken, Tartaren, Kazachen, Tadzieken, Arabieren en Joden.
persian Tar player (48K) Een ander verslag van de zweed Sven Hedin (1865-1952), "Mijn leven als ontdekker" uit 1885 beschrijft de danseressen in een wijk van Boechara.
Samen met een Fransman ondernam ik een nachtelijke wandeling door Pai-kabak, de niet bepaald gunstig aangeschreven wijk van de danseressen. Wij betraden kamers belegd met tapijten, waar de lucht met parfums bezwangerd was. Divans stonden langs de muren. Schone vrouwen bewerkten met hun lieve vingertjes de snaren van de sitara, de cither, en de chetara, de gitaar, terwijl anderen, even handig en lieftallig de tamboerijns lieten klinken en opdat het trommelvel gespannen zou blijven, hielden zij hun instrument van tijd tot tijd boen een bekken met gloeiende kolen. Daarop verschenen de danseressen met bekoorlijke bewegingen in lichte , zwevende gewaden. Enige waren Perzische of Afghaanse vrouwen, anderen hadden Tartaars bloed in de aderen. Op het rhythme van het snarenspel dansten zij, wiegend, als elfen in een droom.

Verschillende instrumenten die in deze reisimpressie voorkomen, zijn typisch Oejgoers. Oejgoeren zijn een van oorsprong Turkse minderheidsgroep in China. Hun muziek bevat onmiskenbaar Arabische elementen, met name in het ritme, maar ook andere culturen hebben hun stempel gedrukt: naast kenmerken van magisch-rituele oud-Chinese trommelmuziek kan men het Oosters aandoende ritme van tjiftetelli uit Centraal-Azië herkennen. Tjiftetelli is op zijn beurt sterk beïnvloed door de Chinese muziekleer, vooral wat betreft het timbre, de klankkleur. De Chinezen hadden ontdekt dat die, samen met de toonaard, een specifieke uitwerking kan hebben op de stemming en het gedrag van toehoorders.

In de culturele uitwisseling tussen Oost en West hebben de Oejgoeren altijd een sleutelfunctie gehad, aangezien zij de zijderoute controleerden. Hun muziek heeft vooral de welvarende T'ang-dynastie sterk beïnvloed, maar raakt in China nadien in de vergeethoek. Wel heeft zij duidelijke sporen achtergelaten in de Perzische en Arabische muziek. Net als hun elegante dans trouwens, vol pirouettes en fijnzinnige handbewegingen. Allerhande slagwerk speelt in de Oejgoerse muziek een grote rol. De dap, een handtrommel met schapevel, komt nog altijd voor van Noord-Afrika tot West-China. Voor melodieën gebruiken ze ondermeer een dutar, een tweesnarige luit die sterk lijkt op een Azerbeidjaanse târ (wat letterlijk 'snaar' betekent). Het strijkinstrument ajek herkennen we in de Turkestaanse keman en de Arabische kamanzja. Tenslotte kennen de Oejgoerse muzikanten niet minder dan twaalf mukam of toonreeksen. Die tonale verfijning vinden we terug bij de Arabische raqs sharqi- of buikdansmuziek, met zijn veelheid aan toonreeksen of maqam; ook de gelijkenis tussen beide termen voor 'toonreeks' is niet toevallig. De culturele erfenis van Oejgoeren, Oezbeken, Tadzjieken, Kirgiezen, Azerbeïdjanen, Toerkmenen en Kazachstanen is onderling sterk verbonden. Dezelfde navelstreng verbindt hen met de culturen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Top