Dansen van de Ouled Naïl

Sahara - Auke A. Tadema - Bob Tadema-Sporry

In de kleine, slecht verlichte kamer dreunen twee trommen hun ritme. Een helle, snijdende fluit speelt de melodie, die de trommen markeren. De klanken kaatsen en weerkaatsen tegen de lemen wanden, en gieten de armoedige ruimte overvol geluid. Langs de wanden, met smakeloze prentjes behangen en beschilderd, staan de wrakke banken, tafels en stoelen. In kleine, kleverige glaasjes geurt de muntthee. Op de platgestampte lemen vloer light een versleten tapijt in grelle kleuren. Midden op het tapijt staat de danseres en toont haar kunsten. Ze is nog jong en niet onknap, al blijkt bij haar glimlach, dat ze twee voortanden mist. Onder de bonte, zijden hoofddoek vallen lange zwarte vlechten over haar schokkende schouders, pailletten fonkelen op haar griezelig-roze jurk. Haar heupen staan weinig flatteus uit door een vracht onderrokken. Aan haar kleine bruine voeten met de edele, hooggewelfde wreef draagt ze vilten pantoffels met grote pomponnen. Over het kapotte tapijt schuiven die voetjes in hun beerachtig omhunsel heer en weer in een ingewikkelde cadans. En onder het glimmende zalmroze van haar jurk dansen haar machtige borsten in een trillend ritme. De zwaaiende beweging van de lenige heupen gaat verloren in de laag op laag van onderrokken.

dans van de Ouled Nail

De ouled naïl doet niet mee aan de ontblotingsrage, die de hele wereld in haar ban heeft. Ze draagt haar hobbezak uit 1880 met stroken en rimpels, galons en strikken versierd, een japon zonder enoge charme of koketterie voor wie geen ouled naïl is. De modernesten onder haar werken met een lippestift, maar allemaal hebben ze de oogleden zwart geschminkt, en ze dragen henna aan handen en voeten. Om hals, pols en enkels, aan hun vinger en in hun oren,dragen ze de sieraden van koper of zilver. Zijn die van goud, dan is de eigenares een succesvolle vrouw. De zalmroze danseres heeft het al gebracht oto een enorme gouden hanger, die stgralend als een zon met gele en rode schampen meedanst tussen haar borsten.

De lenige vingers van de fluitist dansen over de gaatjes. De schelle klanken zijn van een zeldzame bekoring en alles doordringende muzikaliteit. Dit is de muziek die behoort bij de oorspronkelijke ouled naïls, die wonderlijke vrouwen, die zich met de verkoop van haar jeugd en charmes een bruidsschat bijeengaarden, en niemand dacht er kwaad van. Integendeel, hoe meer ze verdienden, hoe betere echtgenoot ze konden bedingen. En na hun huwelijk werden deze vrouwen van een onaantastbare eerzaamheid.

Ouled Nail

De ouled naïl wonen allemaal tesamen in een eigen ommuurde woonwijk waar ze niet uit mogen. De doorsnee ouled naïl kan dansen en zingen, is keurig en netjes en kan behoorlijk converseren. De verstandigen onder de ouled naïls zorgen voorbeeldig voor hun oude dag. Het verdiende geld beleggen ze in gouden sieraden, die hun waarde altijd behouden. Ze worden er mooier van én het is een goede geldbelegging.

Bij de toegangsdeur ontstaat een lichte tumult. Lachend en grappend makend duwen en sjorren een paar opgeschoten jongens aan een meisje in het wit. Het meisje laat zich vermurwen en komt op het tapijt. Een witzijden hoofddoek met lange franje omsluit een zeldzaam gaaf, blank gezichtje, met grote, donker omwimperde ogen.

De muziek zet een nieuw ritme in, slepend en traag. De kleine voeten bewegen amper over het tapijt. Het hele lichaam blijft in een rustige stand. Maar aan de tengere armen beginnen de fijne handen te vibreren als vogels, die willen gaan vliegen; iedere dunne lenige vinger heeft zijn eigen beweging, ze draaien, buigen, strekken, de kleine blanke handen fladderen

.

Het mooie hoofdje heeft ze in de nek gelegd, maar de ogen leven, de ogen dansen een eigen dans, zoals ook de handen dansen. Van links naar rechts draaien ze, ze stralen als sterren in het harde licht. In heel haar stille houding is dit kleine, witte meisje met haar dansende handen en ogen duizendmaal sensueler dan de zalmroze buikdanseres van daarnet.

Hasha Mia

Een man uit het publiek reikt haar een bloedrode zijden doek, en nu volgt op de steeds sneller wordende muziek een nieuwe dans. De twee kleine, blanke handen dansen en spelen met een roodzijden lap. Het publiek houdt de adem in en ziet toe. Op het kappotte kleed zijn de kleine voeten stil geworden; ze staat rechtop, iets in de heupen achterover gebogen, haar handen bewegen als wiegende duiven, soms verborgen in de vlam van de rode zijde. De fluit snerpt, de trommen dreunen, sigaretten smeulen vergeten op de tafeltjes. Zelfs de jongens fluisteren niet meer. Aller ogen zijn op die twee wondersnel bewegende handen gevetigd, die dansen met een zijden doekje. Circe is op aarde teruggekeerd....