Oosterse muziekinstrumenten

Ney

De ney of rietfluit, een randgeblazen fluit, heeft een heel specifieke klank, vooral door de manier van blazen. Elke toonaard heeft een andere fluit nodig. Dit omdat de ney een kwarttoon in haar gamma heeft. Het is een typisch klassiek instrument, en wordt voornamelijk in klassieke oriëntaalse orkesten gebruikt.

De wetenschappelijke studie of 'ilm-i-musiqi kende in de middeleeuwen een grote bloei en de islamitische geleerden schreven heelder encyclopedische werken over de verschillende aspecten van de muziek en de toonsystemen. In het dar-al-'Ilm * (huis van Kennis) werd muziekonderricht als een belangrijk onderdeel van het onderwijs beschouwd. Het hoeft dan ook geen betoog dat qua ritmiek en melodie de islamitische muziek op een zeer hoog niveau stond.

De ney is een instrument met een lange geschiedenis. Deze rietfluit staat afgebeeld op oud-Egyptische muurschilderingen en later op Perzische miniaturen. Door toedoen van de dertiende-eeuwse soefi mysticus Mevlana Jalaleddin Rumi, die het instrument in zijn Mathnavi vereeuwigde als de verklanking van de naar God hunkerende ziel, werd de ney het spirituele muziekinstrument bij uitstek.

Bij de Turkse ney rusten de lippen op de rand van het instrument en blaast de speler schuin tegen de rand aan. Een ney heeft zes gaten boven die met de vingerkootjes worden gesloten en niet met de vingertoppen zoals bij een westerse fluit. Van onder zit nog een gat in tegenstelling tot de kaval die dit niet heeft.

De grootste moeilijkheid van het neyspel is dat de speler zowat elke toon met de adem moet corrigeren om de juisten intonatie te verkrijgen. Ook moet men de hoek waarom men de fluit bespeeld soms veranderen om bepaalde toen te verkrijgen. Het fluitspel heeft een warmte die juist die mystieke sfeer oproepen.

Een klassiek Egyptisch ensemble (takht in het arabisch) bestaat uit nay , qanoun (citer), oud of ud (Arabische luit), kamange (viool), riqq (tamboerijn) en darabukka (vaastrommel). De nay geeft hier de speciale oosterse klankkleur, zo kenmerkend voor dit soort muziek.

* Het het woord "ilm" is de basis voor awalim, almée de geleerde vrouwen in het Midden-Oosten die in de eerste plaats een bron van kennis waren én bovendien uitmuntende muzikanten, danseres, geheel naar de vroegste moslimtraditie.